23-11-09

MG - The end.

Het was een week leven tussen hoop en vrees. Nooit had ik kunnen bedenken dat ik doodsangsten uit zou staan vanwege een 'gewone' griep. Zo gewoon vind ik het anders helemaal niet, mompelde ik een tikje beledigd tegen de zoveelste dokter. Het was dag zeven en de kinderarts die met een Dikkie Dik-boekje werd bekogeld wilde verbetering zien, anders volgde er een opname in het ziekenhuis. Een opname, dat staat voor veel moeders gelijk aan de hel. Je kleine murmel zieker dan ziek in een ziekenhuisbed, jij ernaast op een stretcher die zo goed ligt dat je op de grond waarschijnlijk beter af bent, en dan het gepiep van een monitor of een infuus om de zoveel tijd, om maar niet te spreken over de tragische taferelen die je in het dagelijks leven zoveel mogelijk kan omzeilen, maar waar je op een kinderafdeling keihard mee geconfronteerd wordt. Soms lopen dingen niet goed af in een ziekenhuis, zodra jouw kind er ligt maakt hij kans op een slechte afloop. Je zou voor minder de handdoek in de ring gooien.

Dat deed ik niet, want ik weet me te vermannen als het nodig is (om compleet hysterisch te zijn als niemand me ziet, maar dat ziet niemand, dus dan is het wel oke). Ik gaf mijn zoon stiekem slokjes water terwijl hij lag te slapen (een speenkind heeft voordelen: doe iets in zijn mond en hij zuigt wel). Ik draaide was na was na was na was, er ligt weinig in de kast wat deze week niet onder braaksel heeft gezeten. Ik zat urenlang, dagenlang met een koortsig mannetje tegen me aan en toen hij zijn zoveelste fles eruit spuugde besloot ik dat het genoeg was. Ik deed wat ik nooit doe: ik deed een beroep op mijn ouders. Mijn ouders zijn heel erg dood, en dat heeft voordelen. Want ik vroeg ze om alsje-alsje-alsjeblieft ervoor te zorgen dat het goed komt met hem, en twee uur later was hij koortsvrij. Zomaar, ineens. De dagen erna was hij nog niet beter, maar wel beter dan doodziek. Hij lachte zelfs weer, af en toe. En toen hij vrijdagmiddag, exact een week nadat hij ziek werd, met zijn beide handen een speelgoedauto in de toiletpot hield ("Auto douchen!") kon ik weer opgelucht adem halen.

We zijn out of the woods. Hij is bijna twee kilo afgevallen in een week, maar mijn moederhart gloeit als nooit tevoren: niet alleen heb ik mijn zoon weer terug, de vrolijke ondeugende ondernemende knuffelige hartenstelende bijna-peuter, maar hij heeft ook nog eens geheel op eigen kracht volksziekte nummer een bevochten. Hij kwam, zag, en overwon, niets krijgt ons nog klein. En als ze het proberen, heb ik altijd nog twee dode ouders achter de hand.

3 reacties:

RalphP zei

Zo gewoon is het ook helemaal niet, een ziek kind. Dat wordt nooit gewoon. Holle oogjes, die vlakte, waar er normaal pieken en dalen van de heftigheid van het kinderleven zijn. Ze kruipen in je. Ze doen van alles met je. En ook al is het over zodra ze weer die dingen doen die ze altijd doen, de dingen die je soms tot wanhoop drijven, je draagt het met je mee, op dat ene plekje dat alleen vaders en moeders kunnen vinden.

Anoniem zei

Geweldig geschreven weer, alsof je er midden in zit, ook al is t verhaal niet van toepassing op jezelf! tslokt de lezer wel op! Ben trots op je! PlazaDanny

Anoniem zei

WAUW! kan het helemaal voelen zoals je het schrijft!