29-11-09

Karwei.

Blij stond ik bij de klantenservice van een bouwmarkt. De dag ervoor had ik een houten trein apart laten zetten voor zoonlief (mijn pasgeboren baby is bijna twee) en opgetogen vroeg ik de geblondeerde dame naar de trein. De trein was geweldig, ik had er meer zin in dan mijn zoon, maar dat is best wel the story of our lives tegenwoordig, zo wil ik altijd heel graag slapen en hij niet zo en vice versa en andersom, enzo.

De geblondeerde dame keek me aan met een lege blik in haar ogen, je weet pas wat dat is als je het ziet. Die is uitverkocht, zei ze net zo vlak als haar ogen stonden. Ik glimlachte, want zij wist natuurlijk niet dat ik een exemplaar apart had laten zetten, ha! Allard heeft er een apart gezet voor mij, zei ik alsof Allard en ik stiekem een onstuimige romance beleefden en hij om die reden treinen voor mij achter hield. Zij had duidelijk een oogje op Allard want haar blik ging van leeg naar pisnijdig. Nee, ze had net nog gekeken en er stond helemaal niets meer. He-le-maal NIETS. Jamaar, begon ik, Allard zou dat doen. Waar is Allard? Is Allard er niet? Al mijn hoop was gevestigd op iemand die Allard heette, en nu ik dit opschrijf besef ik pas hoe blind ik was, je wint nevernooitniet een oorlog met zo'n naam, laat staan dat je er een houten trein aan over houdt.

Ze zijn uitverkocht, herhaalde ze maar even, voor het geval ik dat niet had begrepen. Ik vroeg waarom ik er dan een had gereserveerd, waarop zij maar wéér eens zei dat ze uitverkocht waren. Iets in mij vond het tijd worden dat zij haar excuses aanbood, namens het gehele team van deze bouwmarkt onze excuses voor dit ongemak, want u staat nu hier mevrouw, maar eigenlijk best wel voor niks want we hebben geen treinen meer, maar om het goed te maken mag u gratis en voor niets onze duurste badkamertegels hebben, zoveel als u nodig heeft, en trouwens, we verbouwen ook meteen uw badkamer wel, want dat verdient u. Zoiets was op zijn plaats geweest. Maar dat zei ze niet, het begon er op te lijken dat wij met lege handen naar huis moesten.

Ik vroeg of er in een ander filiaal nog wel treinen waren. Dat weet ik toch niet, zei ze schouderophalend en ook een beetje geïrriteerd. Terwijl ik dan denk: ik kan er toch niets aan doen dat het niets is geworden tussen jou en Allard. Kun je daar misschien achter komen?! vroeg ik, nu ook geïrriteerd, het was een leuke zaterdagmiddag voor ons allebei. Dat deed ze. Ze waren overal uitverkocht.

Moedeloos keek ik om me heen. Ik probeerde iets te bedenken om de bouwmarkt te straffen voor deze actie, maar ik kon niets verzinnen. Sarcastisch bedankte ik de dame voor haar klantvriendelijkheid, maar ze hoorde mijn sarcasme niet en knikte een soort van vriendelijk. De komende twee weken kopen we hier NIETS! zei ik tegen zoon, dat zou ze leren. JA! riep hij strijdlustig. Buiten aangekomen klopte hij met beide handen op zijn jas, zei: Kijk eens mama, en haalde uit iedere jaszak een houten auto. Ik keek hem aan, hij keek mij aan, en ik was trotser dan goed voor ons is.

3 reacties:

Naatje zei

Haha, geweldig! Hij wist kennelijk een betere 'straf' voor de winkel te verzinnen dan jij.

(Maar nu niet raar opkijken als hij na het volgende Appie Heijn bezoek opeens koekjes en snoepjes uit zijn jaszakken tovert, hè? ;-))

detreiner zei

nu nog een echte auto

Anoniem zei

meesterlijk!